Zo moe, en niet kunnen slapen. Na een saaie les statistiek rond negen thuisgekomen, een Lasagne opgewarmd en de nieuwe plaat van Yellowcard even beluisterd. Na een aflevering Lie to Me uiteindelijk om iets voor middernacht besloten onder de lakens te kruipen, enkel om ettelijke uren later tot het besef te komen dat die vermoeidheid toch wel een misrekening van jewelste moet geweest zijn.
Daar lig je dan. In de donkerte zonder bril naar dingen te staren die je toch écht niet kan zien, denkend, wroetend en draaiend, en eigenlijk vanbinnen toch ook wel vloekend; Het is weer eens van dat.
Piekermodus activated
Het is één ding om niet in slaap te raken, maar een ander om nog eens beginnen na te denken ook. De onnozelste dingen passeren de revue. Pietluttige dingen, zwaarwichtige dingen, onmogelijke dingen, en dingen die wel mogelijk zijn, maar waar nadenken toch geen zin meer voor heeft. Domme dingen. Zelfs te dom om in een online klaagzang te bezingen. Rijmen kan nog nét wel.
Alles liever dan dit, redeneer ik dan. Dus maar weer opgestaan, zoekend naar slaapverwekkende bezigheden. Een boek lezen? Maar dan zou het een saai boek moeten zijn, want eens ik in een goed boek begin, heb ik sowieso geen behoefte meer aan slaap. En wie leest er nu graag een saai boek? Uit ervaring weet ik dat eenzelfde redenering opgaat voor de visuele kunsten, dus een film of een serie kijken, kan ook al van het lijstje geschrapt worden. “Practica statistiek beginnen voorbereiden”, ging er heel even door mijn hoofd, “of tenminste de theorie al eens bekijken.” Al snel gevolgd door “zot!”. Niet écht alles liever dan dit dus. En daarbij, ik ben wel degelijk moe, en het hoofd van een vermoeide Sam denkt enkel aan Statistisch niet-relevante zaken. De eerlijkheid gebied me wel te bekennen dat het dat zeer vaak gemeen heeft met zijn niet-vermoeide tegenhanger. Dan maar eens wat schrijven. Lang genoeg geleden en dan kan ik de rest van de wereld laten meegenieten van mijn frustratie. Fantastisch!
Wat nutteloos, uiteindelijk. En wat een tijdverspilling toch allemaal. Slapen zelf ook trouwens, maar als het lukt, besef je dat niet. Dat is net het mooie eraan. Toch nog maar eens een poging wagen..
In mijn stoutste niet-dromen klopt er iemand op de deur. Niemand minder dan Sugar Jackson begroet me met een grote smile. “Ik eet u op jongen.” Hij plant een rechtse pal in mijn gezicht. Achteruit wankelend en druk bezig de hopeloze strijd met de zwaartekracht te verliezen, lispel ik nog “Merci jong”. In één slag K.O. Eindelijk naar dromenland..
