maandag 28 november 2011

Lover of Life, Singer of Songs


Op 13 juni 1985 vond wat vele critici en muzikanten beschrijven als de beste live performance uit de rockgeschiedenis plaats. Een band die haar deel van de controverse reeds had ontvangen, en in het niet eens zo verre verleden nog uitgespuwd werd door de media wegens de vermeende steun aan het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime, was vastberaden zijn plaats in de spotlights weer op te eisen. Een voornemen dat tot de perfectie werd uitgevoerd, die zomerse dag in een volgelopen Wembley tijdens het Live-Aid  benefietconcert. Wekenlang werden de 20 minuten, waartoe elke band zich moest beperken, gerepeteerd. Niets werd aan het toeval overgelaten. Soundtechnici werden in de luren gelegd om ervoor te zorgen dat op de dag van het concert en voor die specifieke 20 minuten de volumeknop net iets hoger werd gedraaid dan bij al die andere genodigden. Om kwart voor zeven ’s avonds beklommen vier mannen het podium. Eén van hen nam voor de piano plaats, speelde enkele losse arrangementen en gaf uiteindelijk de beginnoten van Bohemian Rhapsody te horen. De rest is geschiedenis.

Iedereen zal wel doorzien hebben wat hierboven staat beschreven, en waarom. Vorige week, 24 november, was het precies 20 jaar geleden dat Freddie Mercury aan aids bezweek. Een etmaal eerder had hij zich aan de wereld bekend gemaakt als drager van de ziekte, die hij als één van de eersten had opgelopen. Mercury werd 45 jaar.

Freddie Mercury. Charismatisch, grensoverschrijdend, losbandig, excentriek, controversieel..of zoals hij zichzelf het liefst herinnerd zag: lover of life, singer of songs. En dan hebben we het zelfs nog niet over die stem gehad, die nooit meer geëvenaard kan worden..

                                                     
Freddie Mercury
5-9-1946  -  24-11-1991





dinsdag 22 maart 2011

Sleepless in Leuven

Zo moe, en niet kunnen slapen. Na een saaie les statistiek rond negen thuisgekomen, een Lasagne opgewarmd en de nieuwe plaat van Yellowcard even beluisterd. Na een aflevering Lie to Me uiteindelijk om iets voor middernacht besloten onder de lakens te kruipen, enkel om ettelijke uren later tot het besef te komen dat die vermoeidheid toch wel een misrekening van jewelste moet geweest zijn.

Daar lig je dan. In de donkerte zonder bril naar dingen te staren die je toch écht niet kan zien, denkend, wroetend en draaiend, en eigenlijk vanbinnen toch ook wel vloekend; Het is weer eens van dat.

Piekermodus activated

Het is één ding om niet in slaap te raken, maar een ander om nog eens beginnen na te denken ook. De onnozelste dingen passeren de revue. Pietluttige dingen, zwaarwichtige dingen, onmogelijke dingen, en dingen die wel mogelijk zijn, maar waar nadenken toch geen zin meer voor heeft. Domme dingen. Zelfs te dom om in een online klaagzang te bezingen. Rijmen kan nog nét wel.

Alles liever dan dit, redeneer ik dan. Dus maar weer opgestaan, zoekend naar slaapverwekkende bezigheden. Een boek lezen? Maar dan zou het een saai boek moeten zijn, want eens ik in een goed boek begin, heb ik sowieso geen behoefte meer aan slaap. En wie leest er nu graag een saai boek? Uit ervaring weet ik dat eenzelfde redenering opgaat voor de visuele kunsten, dus een film of een serie kijken, kan ook al van het lijstje geschrapt worden. “Practica statistiek beginnen voorbereiden”, ging er heel even door mijn hoofd, “of tenminste de theorie al eens bekijken.” Al snel gevolgd door “zot!”. Niet écht alles liever dan dit dus. En daarbij, ik ben wel degelijk moe, en het hoofd van een vermoeide Sam denkt enkel aan Statistisch niet-relevante zaken. De eerlijkheid gebied me wel te bekennen dat het dat zeer vaak gemeen heeft met zijn niet-vermoeide tegenhanger. Dan maar eens wat schrijven. Lang genoeg geleden en dan kan ik de rest van de wereld laten meegenieten van mijn frustratie. Fantastisch!

Wat nutteloos, uiteindelijk. En wat een tijdverspilling toch allemaal. Slapen zelf ook trouwens, maar als het lukt, besef je dat niet. Dat is net het mooie eraan. Toch nog maar eens een poging wagen..

In mijn stoutste niet-dromen klopt er iemand op de deur. Niemand minder dan Sugar Jackson begroet me met een grote smile. “Ik eet u op jongen.” Hij plant een rechtse pal in mijn gezicht. Achteruit wankelend en druk bezig  de hopeloze strijd met de zwaartekracht te verliezen, lispel ik nog “Merci jong”. In één slag K.O. Eindelijk naar dromenland..


vrijdag 7 januari 2011

Super betekent niet altijd geweldig (maar soms wel)

Na mijn laatste post wist ik niet goed hoe het verder moest met mijn blog. Inspiration’s a bitch, en hoewel er wel wat ideeën waren, was ik van geen van allen helemaal overtuigd. Toen ik mijn vorige bijdragen wat aan het overlopen was, bleek een goede ziel bij mijn Bart Peeters-bespreking het vakje “meer van dit” aangevinkt te hebben. Leuk! En waarom zoeken naar nieuwe inspiratie als tenminste één iemand de oude voor herhaling vatbaar vindt. Dus bedankt voor de reactie, wie het ook was! Misschien zal Truth is..  –voor zover dat tot nu toe al niet het geval is- in de toekomst wel een meer muziek gerelateerde weg inslaan, hoewel niet exclusief natuurlijk, maar het is wel iets waarover ik kan blijven schrijven, ook op de meest inspiratieloze dagen.

Vandaag ga ik het even hebben over het concept supergroups, en een korte inleiding geven tot een band die tot die categorie behoort.

De term supergroup is een benaming voor een band wiens leden zich in het verleden al afzonderlijk hebben bewezen op muzikaal vlak. Waarom genieten zulke samenstellingen niet echt mijn voorkeur? Wel, een mix van muzikanten die zelf elk al uit een sterke band komen, werkt naar mijns inziens gewoon zelden. Stel het voor alsof een goeie band méér is dan de optelsom van zijn leden. Dat is bij een supergroup haast zelden. Je kan geen vijf heel getalenteerde muzikanten bij elkaar plaatsen, en verwachten dat instant magic het onvermijdelijke resultaat is. Soms is die synergie er gewoon niet. En daarom zal zo’n project vaak minder goed klinken dan elke afzonderlijke “moederband” van de leden. Zo zal ik nooit echt een grote fan worden van Them Crooked Vultures, en zal ik nooit naar nummers van Audioslave -hoewel ik ze absoluut niet slecht vind- kunnen luisteren, zonder heimwee te hebben naar Rage Against the Machine.

Natuurlijk bestaan er ook supergroups die hun naam alle eer aandoen. Chickenfoot, Broken Social Scene, en Broken Bells tonen aan dat ik het label soms verkeerdelijk als negatief definieer. En onlangs heb ik er dus nog ééntje gevonden wiens album ik beter en beter vind. En net omdat ik nog steeds aan het wennen ben aan de hele sound en composities, zal ik deze post eerder tot een introductie maken, dan tot een volwaardige bespreking.

Alle veel te lange inleidingen op een stokje, laten we maar gewoon de band zelf bespreken. Orbs bestaat uit muzikanten die in groepen als Cradle of Filth, Between the Buried and Me, en Fear Before hun waarde reeds bewezen hebben. Aan de namen te zien, zal je al wel doorhebben dat ik deze keer niet voor een genre gekozen heb dat dicht aansluit bij Bart Peeters’ Vlaamse levensgenieterij. Ik luister nu eenmaal graag naar erg veel diverse stijlen, en dit is er dus eentje van. Orbs is progressieve rock, en zal daarmee ook een veel nauwer publiek aanspreken dan Bart. De groep weet mijns inziens de gulden middenweg te vinden tussen muzikaal meesterschap en het gitaargeram dat de wat hardere muziekstijlen typeert. De nummers zijn erg goed opgebouwd, waarbij rustige pianomelodieën vaak een tegenantwoord vinden in hevige gitaarpartijen. Ook de zang -overigens een stem die wel enige gewenning vereist- wisselt de ene stijl met de andere af. Een mooie mengeling van enerzijds melodie, en anderzijds dat goeie oude punk/hardcore gevoel. Ik heb me laten vertellen dat deze groep fans van onder meer The Mars Volta, we zal aanspreken.

Aangezien ik momenteel de tijd ontbreek om alle nummers even apart te ontleden –naast inspiration kan ook blok een echte bitch zijn-, en de cd eigenlijk nog steeds op me aan het groeien is, waardoor en definitief oordeel nog niet echt mogelijk is, zal ik me in deze post beperken tot een link naar het nummer waarmee ik met de groep heb kennisgemaakt. Het heet a Man of Science, en het illustreert perfect de stijl die ik zo leuk vind aan het album.