Na mijn laatste post wist ik niet goed hoe het verder moest met mijn blog. Inspiration’s a bitch, en hoewel er wel wat ideeën waren, was ik van geen van allen helemaal overtuigd. Toen ik mijn vorige bijdragen wat aan het overlopen was, bleek een goede ziel bij mijn Bart Peeters-bespreking het vakje “meer van dit” aangevinkt te hebben. Leuk! En waarom zoeken naar nieuwe inspiratie als tenminste één iemand de oude voor herhaling vatbaar vindt. Dus bedankt voor de reactie, wie het ook was! Misschien zal Truth is.. –voor zover dat tot nu toe al niet het geval is- in de toekomst wel een meer muziek gerelateerde weg inslaan, hoewel niet exclusief natuurlijk, maar het is wel iets waarover ik kan blijven schrijven, ook op de meest inspiratieloze dagen.
Vandaag ga ik het even hebben over het concept supergroups, en een korte inleiding geven tot een band die tot die categorie behoort.
De term supergroup is een benaming voor een band wiens leden zich in het verleden al afzonderlijk hebben bewezen op muzikaal vlak. Waarom genieten zulke samenstellingen niet echt mijn voorkeur? Wel, een mix van muzikanten die zelf elk al uit een sterke band komen, werkt naar mijns inziens gewoon zelden. Stel het voor alsof een goeie band méér is dan de optelsom van zijn leden. Dat is bij een supergroup haast zelden. Je kan geen vijf heel getalenteerde muzikanten bij elkaar plaatsen, en verwachten dat instant magic het onvermijdelijke resultaat is. Soms is die synergie er gewoon niet. En daarom zal zo’n project vaak minder goed klinken dan elke afzonderlijke “moederband” van de leden. Zo zal ik nooit echt een grote fan worden van Them Crooked Vultures, en zal ik nooit naar nummers van Audioslave -hoewel ik ze absoluut niet slecht vind- kunnen luisteren, zonder heimwee te hebben naar Rage Against the Machine.
Natuurlijk bestaan er ook supergroups die hun naam alle eer aandoen. Chickenfoot, Broken Social Scene, en Broken Bells tonen aan dat ik het label soms verkeerdelijk als negatief definieer. En onlangs heb ik er dus nog ééntje gevonden wiens album ik beter en beter vind. En net omdat ik nog steeds aan het wennen ben aan de hele sound en composities, zal ik deze post eerder tot een introductie maken, dan tot een volwaardige bespreking.
Alle veel te lange inleidingen op een stokje, laten we maar gewoon de band zelf bespreken. Orbs bestaat uit muzikanten die in groepen als Cradle of Filth, Between the Buried and Me, en Fear Before hun waarde reeds bewezen hebben. Aan de namen te zien, zal je al wel doorhebben dat ik deze keer niet voor een genre gekozen heb dat dicht aansluit bij Bart Peeters’ Vlaamse levensgenieterij. Ik luister nu eenmaal graag naar erg veel diverse stijlen, en dit is er dus eentje van. Orbs is progressieve rock, en zal daarmee ook een veel nauwer publiek aanspreken dan Bart. De groep weet mijns inziens de gulden middenweg te vinden tussen muzikaal meesterschap en het gitaargeram dat de wat hardere muziekstijlen typeert. De nummers zijn erg goed opgebouwd, waarbij rustige pianomelodieën vaak een tegenantwoord vinden in hevige gitaarpartijen. Ook de zang -overigens een stem die wel enige gewenning vereist- wisselt de ene stijl met de andere af. Een mooie mengeling van enerzijds melodie, en anderzijds dat goeie oude punk/hardcore gevoel. Ik heb me laten vertellen dat deze groep fans van onder meer The Mars Volta, we zal aanspreken.
Aangezien ik momenteel de tijd ontbreek om alle nummers even apart te ontleden –naast inspiration kan ook blok een echte bitch zijn-, en de cd eigenlijk nog steeds op me aan het groeien is, waardoor en definitief oordeel nog niet echt mogelijk is, zal ik me in deze post beperken tot een link naar het nummer waarmee ik met de groep heb kennisgemaakt. Het heet a Man of Science, en het illustreert perfect de stijl die ik zo leuk vind aan het album.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten