Menig muziekstukken probeerden, slechts weinigen zijn er ooit in geslaagd tranen in de ogen van uw dienaar te laten ontluiken. Eén van die stukken; Ombra Mai Fu van George Friedrich Handel, of gewoon Handel voor de vrienden. Erkentelijk voor deze wereldprestatie pen ik er dan ook graag enkele regels over neer.
Het is een beetje een vreemd stukje. Het gaat over een man die aan een boom vertelt dat hij diens schaduw wel appreciëren kan, en blijkbaar komen daar dan massa’s emoties uit voort. Ik moet schoorvoetend toegeven dat er al over diepgaander en ingrijpender gebeurtenissen muziekjes zijn gecomponeerd. Maar nee. Een man, een boom, wat o zo schone lommer. Drama tot gevolg. Alsof onze pépé in de hof tegen de selder de longen uit zijn lijf zou staan kelen over hoe lekker de soep wel niet was. Klassiek is altijd zo lekker diepgaand nietwaar?
Maar mooi is het wel.
Hier wordt het vertolkt door de -als we zijn ongetwijfeld iets te flatterende kostuum mogen geloven- zeer breedgeschouderde Duitser Andreas Scholl. Andreas is er me wel eentje. Behalve dat hij eruit ziet als een soort van Pruisische Clark Kent, klinkt zijn stem ook wel super mann. Nu ja. Het is natuurlijk niet meteen het timbre dat je zou verwachten wanneer het heerschap de keel openzet. Je zou haast denken dat Lex Luthor enkele startkabels op mans’ meest gevoelige plaatsjes heeft geklemd. Andreas is een contratenor. Een man die een register aankan dat gelijkstaat aan dat van een vrouwelijke alt. Betrekkelijk hoge nootjes dus. Vroeger werd het stuk dan ook opgevoerd door een 'Soprano castrato’. Ik bespaar u een meer plastisch verslag van hoe men aan zo’n zangertje kwam, maar kan verklappen dat er een heel scherpe schaar aan te pas kon komen.
De man in het stuk is trouwens Xerxes, koning der Perzen. Die mannen waren weliswaar wrede krijgers, maar misten dus blijkbaar toch allemaal wat baard in de keel. Handel zou trouwens nooit weten dat deze drie minuten durende treehug nog één van zijn populairste stukken zou worden. De opera waarvan het stuk deel uitmaakte was een oorverdovende flop. Afgevoerd na ochot ochere vijf voorstellingen. Poor George. In 1738 was de LGBTQ-beweging natuurlijk nog niet echt zo relevant als vandaag. Dat het publiek toen nog niet klaar was voor de al dan niet platonische liefde tussen de man en diens boom, was dan ook wat te voorspellen. Wellicht wist het operagezelschap dat destijds ook al op voorhand, maar toen George Friedrich zijn idee pitchte, had wellicht niemand de ballen om hem daarop attent te maken.
Niet de ballen. Heb je'm?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten