donderdag 8 oktober 2020

Gestoorde moeders in de opera

 

Één van de meest bekende aria’s ter wereld is deze die de koningin van de nacht te berde brengt in ‘De Toverfluit’ van Mozart. Het is een prachtig, maar tegelijk ook zeer duister stuk. 

“Der Hölle Rache kocht in meinem Herzen!” zingt de koningin. De helse wraak kookt in mijn hart. Een gekrenkte vrouw dus. Altijd oppassen daarmee. Ze duwt dochterlief een dolk in de hand en het kind krijgt de opdracht dat ze met het steekwapen de rivaal van de koningin, Sarastro, uit de weg moet ruimen. Als ze dat niet doet, zal ons mamaatje avondstond haar onterven en vervloeken en beschouwt ze Pamina - want iedereen in zo’n opera moet blijkbaar een naam krijgen die uit willekeurige lettergrepen is samengesteld- niet langer als haar dochter. Na dat toch wel redelijk dwingend verzoek begint ze het kind nog eens in staccato uit te lachen ook. Als om te zeggen; hoe ga je dat nu klaarspelen, dom wicht?

Het moet toch wel één van de minder bekwame moeders in heel de operageschiedenis zijn, die nachtkoningin. Niet alleen zet ze haar dochter aan tot het plegen van delinquente feiten, maar heel haar moederliefde hangt ook meteen af van het feit of het meisje één of andere vent de strot wil oversnijden. Rijp voor de psychiatrie, dat mens, als je het mij vraagt. Moest de opera iets realistischer vormen aannemen zou er in de volgende scène al zingend een telefoongesprek met het vertrouwenscentrum volgen. Om dan misschien toch tot niets te komen, want moedertje nacht lijkt me niet meteen het meest meewerkende of introspectieve type te zijn. Hoe dan ook zou Pamina het hele tweede bedrijf bij de therapeut haar hechting zitten bespreken. Zichzelf blauw en arm betalend aan al die sessies waar ze niets van kan terugtrekken. Jaren gaan voorbij. Pamina op de dool. Relaties lopen stuk, geschikte hulp is niet toegankelijk, en werk vinden lukt maar niet. Ze had net een job in de horeca te pakken, maar de duts werd ocharme hysterisch toen ze de steakmessen moest afwassen. De voorstelling toont uiteindelijk een ondertussen gans berooide Pamina tijdens haar zoektocht naar een sociale woning. Liederen worden gewijd aan de wonderen van de bureaucratie, en de wachtlijsten worden in coupletten opgesomd!

Huh. Misschien staat ons systeem toch nog niet zo heel erg op punt.. 

Maar geen nood, in de officiële versie komt alles goed! Na wat afluisterpraktijken en misverstanden (het 18e eeuwse operapubliek zou zomaar even fan geweest kunnen zijn van FC De Kampioenen), één poging tot verkrachting (nog maar eens een trauma erbij voor ons Pamina’ke, gooi maar op de hoop, het kind had nog niet genoeg miserie) en heel wat omwegen, vindt de getergde dochter niet alleen de man van haar leven (de hoogst origineel genaamde Pamino), maar valt die tang van een moeder ook nog eens pardoes in een kloof, om nadien nooit meer gehoord of te gezien te worden. Toch schoon é, als alles zo op zijn pootjes terecht komt. 

Over familie gesproken; Mozart schreef dit stuk met zijn schoonzus in gedachte. De vrouw was gekend voor haar vlekkeloze hoge register en dus schreef Amadeus een stuk dat volledig op haar maat gesneden was. Waar de nachtkoningin niet zo zorgend omging met haar verwanten, kunnen we Mozart dus zelfs een beetje uitsloverij verwijten wat betreft het goed willen staan bij zijn aangetrouwde kant. Of toch. Kwatongen beweren soms dat hij het stuk extra moeilijk maakte om die schoonzus stiekem een klootje af te trekken. Al denk ik zelf niet dat het wonderkind zo'n schobbejak was. Op zijn sterfbed legde hij iedereen zelfs nog het zwijgen op toen hij deze aria hoorde beginnen, zo mooi vond hij hem.    

Mozart is lang niet de enige die, toch wel een beetje vol van zichzelf, deze aria geweldig vond. Door de jaren heen werd het stuk over de hele wereld bekend en geliefd. Het werd zelfs zo belangrijk geacht dat het als een uithangbord voor de menselijke cultuur mee de ruimte in werd gestuurd met Voyagers 1 en 2. Wanneer die ruimtetuigen ooit onderschept worden door intelligent leven uit het heelal, krijgen die mannen dus onder andere dit te horen. Ze zullen ongetwijfeld onder de indruk zijn van de muzische kunsten die de homo sapiens heeft voortgebracht. Wat ze na hun luistersessie zullen denken over de pedagogische kwaliteiten van de aardbewoners, valt echter nog af te wachten.

dinsdag 6 oktober 2020

De man en zijn boom


Menig muziekstukken probeerden, slechts weinigen zijn er ooit in geslaagd tranen in de ogen van uw dienaar te laten ontluiken. Eén van die stukken; Ombra Mai Fu van George Friedrich Handel, of gewoon Handel voor de vrienden. Erkentelijk voor deze wereldprestatie pen ik er dan ook graag enkele regels over neer. 

Het is een beetje een vreemd stukje. Het gaat over een man die aan een boom vertelt dat hij diens schaduw wel appreciëren kan, en blijkbaar komen daar dan massa’s emoties uit voort. Ik moet schoorvoetend toegeven dat er al over diepgaander en ingrijpender gebeurtenissen muziekjes zijn gecomponeerd. Maar nee. Een man, een boom, wat o zo schone lommer. Drama tot gevolg. Alsof onze pépé in de hof tegen de selder de longen uit zijn lijf zou staan kelen over hoe lekker de soep wel niet was. Klassiek is altijd zo lekker diepgaand nietwaar?

Maar mooi is het wel. 

Hier wordt het vertolkt door de -als we zijn ongetwijfeld iets te flatterende kostuum mogen geloven- zeer breedgeschouderde Duitser Andreas Scholl. Andreas is er me wel eentje. Behalve dat hij eruit ziet als een soort van Pruisische Clark Kent, klinkt zijn stem ook wel super mann. Nu ja. Het is natuurlijk niet meteen het timbre dat je zou verwachten wanneer het heerschap de keel openzet. Je zou haast denken dat Lex Luthor enkele startkabels op mans’ meest gevoelige plaatsjes heeft geklemd. Andreas is een contratenor. Een man die een register aankan dat gelijkstaat aan dat van een vrouwelijke alt. Betrekkelijk hoge nootjes dus. Vroeger werd het stuk dan ook opgevoerd door een 'Soprano castrato’. Ik bespaar u een meer plastisch verslag van hoe men aan zo’n zangertje kwam, maar kan verklappen dat er een heel scherpe schaar aan te pas kon komen. 

De man in het stuk is trouwens Xerxes, koning der Perzen. Die mannen waren weliswaar wrede krijgers, maar misten dus blijkbaar toch allemaal wat baard in de keel. Handel zou trouwens nooit weten dat deze drie minuten durende treehug nog één van zijn populairste stukken zou worden. De opera waarvan het stuk deel uitmaakte was een oorverdovende flop. Afgevoerd na ochot ochere vijf voorstellingen. Poor George. In 1738 was de LGBTQ-beweging natuurlijk nog niet echt zo relevant als vandaag. Dat het publiek toen nog niet klaar was voor de al dan niet platonische liefde tussen de man en diens boom, was dan ook wat te voorspellen. Wellicht wist het operagezelschap dat destijds ook al op voorhand, maar toen George Friedrich zijn idee pitchte, had wellicht niemand de ballen om hem daarop attent te maken.

Niet de ballen. Heb je'm?

maandag 28 november 2011

Lover of Life, Singer of Songs


Op 13 juni 1985 vond wat vele critici en muzikanten beschrijven als de beste live performance uit de rockgeschiedenis plaats. Een band die haar deel van de controverse reeds had ontvangen, en in het niet eens zo verre verleden nog uitgespuwd werd door de media wegens de vermeende steun aan het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime, was vastberaden zijn plaats in de spotlights weer op te eisen. Een voornemen dat tot de perfectie werd uitgevoerd, die zomerse dag in een volgelopen Wembley tijdens het Live-Aid  benefietconcert. Wekenlang werden de 20 minuten, waartoe elke band zich moest beperken, gerepeteerd. Niets werd aan het toeval overgelaten. Soundtechnici werden in de luren gelegd om ervoor te zorgen dat op de dag van het concert en voor die specifieke 20 minuten de volumeknop net iets hoger werd gedraaid dan bij al die andere genodigden. Om kwart voor zeven ’s avonds beklommen vier mannen het podium. Eén van hen nam voor de piano plaats, speelde enkele losse arrangementen en gaf uiteindelijk de beginnoten van Bohemian Rhapsody te horen. De rest is geschiedenis.

Iedereen zal wel doorzien hebben wat hierboven staat beschreven, en waarom. Vorige week, 24 november, was het precies 20 jaar geleden dat Freddie Mercury aan aids bezweek. Een etmaal eerder had hij zich aan de wereld bekend gemaakt als drager van de ziekte, die hij als één van de eersten had opgelopen. Mercury werd 45 jaar.

Freddie Mercury. Charismatisch, grensoverschrijdend, losbandig, excentriek, controversieel..of zoals hij zichzelf het liefst herinnerd zag: lover of life, singer of songs. En dan hebben we het zelfs nog niet over die stem gehad, die nooit meer geëvenaard kan worden..

                                                     
Freddie Mercury
5-9-1946  -  24-11-1991





dinsdag 22 maart 2011

Sleepless in Leuven

Zo moe, en niet kunnen slapen. Na een saaie les statistiek rond negen thuisgekomen, een Lasagne opgewarmd en de nieuwe plaat van Yellowcard even beluisterd. Na een aflevering Lie to Me uiteindelijk om iets voor middernacht besloten onder de lakens te kruipen, enkel om ettelijke uren later tot het besef te komen dat die vermoeidheid toch wel een misrekening van jewelste moet geweest zijn.

Daar lig je dan. In de donkerte zonder bril naar dingen te staren die je toch écht niet kan zien, denkend, wroetend en draaiend, en eigenlijk vanbinnen toch ook wel vloekend; Het is weer eens van dat.

Piekermodus activated

Het is één ding om niet in slaap te raken, maar een ander om nog eens beginnen na te denken ook. De onnozelste dingen passeren de revue. Pietluttige dingen, zwaarwichtige dingen, onmogelijke dingen, en dingen die wel mogelijk zijn, maar waar nadenken toch geen zin meer voor heeft. Domme dingen. Zelfs te dom om in een online klaagzang te bezingen. Rijmen kan nog nét wel.

Alles liever dan dit, redeneer ik dan. Dus maar weer opgestaan, zoekend naar slaapverwekkende bezigheden. Een boek lezen? Maar dan zou het een saai boek moeten zijn, want eens ik in een goed boek begin, heb ik sowieso geen behoefte meer aan slaap. En wie leest er nu graag een saai boek? Uit ervaring weet ik dat eenzelfde redenering opgaat voor de visuele kunsten, dus een film of een serie kijken, kan ook al van het lijstje geschrapt worden. “Practica statistiek beginnen voorbereiden”, ging er heel even door mijn hoofd, “of tenminste de theorie al eens bekijken.” Al snel gevolgd door “zot!”. Niet écht alles liever dan dit dus. En daarbij, ik ben wel degelijk moe, en het hoofd van een vermoeide Sam denkt enkel aan Statistisch niet-relevante zaken. De eerlijkheid gebied me wel te bekennen dat het dat zeer vaak gemeen heeft met zijn niet-vermoeide tegenhanger. Dan maar eens wat schrijven. Lang genoeg geleden en dan kan ik de rest van de wereld laten meegenieten van mijn frustratie. Fantastisch!

Wat nutteloos, uiteindelijk. En wat een tijdverspilling toch allemaal. Slapen zelf ook trouwens, maar als het lukt, besef je dat niet. Dat is net het mooie eraan. Toch nog maar eens een poging wagen..

In mijn stoutste niet-dromen klopt er iemand op de deur. Niemand minder dan Sugar Jackson begroet me met een grote smile. “Ik eet u op jongen.” Hij plant een rechtse pal in mijn gezicht. Achteruit wankelend en druk bezig  de hopeloze strijd met de zwaartekracht te verliezen, lispel ik nog “Merci jong”. In één slag K.O. Eindelijk naar dromenland..


vrijdag 7 januari 2011

Super betekent niet altijd geweldig (maar soms wel)

Na mijn laatste post wist ik niet goed hoe het verder moest met mijn blog. Inspiration’s a bitch, en hoewel er wel wat ideeën waren, was ik van geen van allen helemaal overtuigd. Toen ik mijn vorige bijdragen wat aan het overlopen was, bleek een goede ziel bij mijn Bart Peeters-bespreking het vakje “meer van dit” aangevinkt te hebben. Leuk! En waarom zoeken naar nieuwe inspiratie als tenminste één iemand de oude voor herhaling vatbaar vindt. Dus bedankt voor de reactie, wie het ook was! Misschien zal Truth is..  –voor zover dat tot nu toe al niet het geval is- in de toekomst wel een meer muziek gerelateerde weg inslaan, hoewel niet exclusief natuurlijk, maar het is wel iets waarover ik kan blijven schrijven, ook op de meest inspiratieloze dagen.

Vandaag ga ik het even hebben over het concept supergroups, en een korte inleiding geven tot een band die tot die categorie behoort.

De term supergroup is een benaming voor een band wiens leden zich in het verleden al afzonderlijk hebben bewezen op muzikaal vlak. Waarom genieten zulke samenstellingen niet echt mijn voorkeur? Wel, een mix van muzikanten die zelf elk al uit een sterke band komen, werkt naar mijns inziens gewoon zelden. Stel het voor alsof een goeie band méér is dan de optelsom van zijn leden. Dat is bij een supergroup haast zelden. Je kan geen vijf heel getalenteerde muzikanten bij elkaar plaatsen, en verwachten dat instant magic het onvermijdelijke resultaat is. Soms is die synergie er gewoon niet. En daarom zal zo’n project vaak minder goed klinken dan elke afzonderlijke “moederband” van de leden. Zo zal ik nooit echt een grote fan worden van Them Crooked Vultures, en zal ik nooit naar nummers van Audioslave -hoewel ik ze absoluut niet slecht vind- kunnen luisteren, zonder heimwee te hebben naar Rage Against the Machine.

Natuurlijk bestaan er ook supergroups die hun naam alle eer aandoen. Chickenfoot, Broken Social Scene, en Broken Bells tonen aan dat ik het label soms verkeerdelijk als negatief definieer. En onlangs heb ik er dus nog ééntje gevonden wiens album ik beter en beter vind. En net omdat ik nog steeds aan het wennen ben aan de hele sound en composities, zal ik deze post eerder tot een introductie maken, dan tot een volwaardige bespreking.

Alle veel te lange inleidingen op een stokje, laten we maar gewoon de band zelf bespreken. Orbs bestaat uit muzikanten die in groepen als Cradle of Filth, Between the Buried and Me, en Fear Before hun waarde reeds bewezen hebben. Aan de namen te zien, zal je al wel doorhebben dat ik deze keer niet voor een genre gekozen heb dat dicht aansluit bij Bart Peeters’ Vlaamse levensgenieterij. Ik luister nu eenmaal graag naar erg veel diverse stijlen, en dit is er dus eentje van. Orbs is progressieve rock, en zal daarmee ook een veel nauwer publiek aanspreken dan Bart. De groep weet mijns inziens de gulden middenweg te vinden tussen muzikaal meesterschap en het gitaargeram dat de wat hardere muziekstijlen typeert. De nummers zijn erg goed opgebouwd, waarbij rustige pianomelodieën vaak een tegenantwoord vinden in hevige gitaarpartijen. Ook de zang -overigens een stem die wel enige gewenning vereist- wisselt de ene stijl met de andere af. Een mooie mengeling van enerzijds melodie, en anderzijds dat goeie oude punk/hardcore gevoel. Ik heb me laten vertellen dat deze groep fans van onder meer The Mars Volta, we zal aanspreken.

Aangezien ik momenteel de tijd ontbreek om alle nummers even apart te ontleden –naast inspiration kan ook blok een echte bitch zijn-, en de cd eigenlijk nog steeds op me aan het groeien is, waardoor en definitief oordeel nog niet echt mogelijk is, zal ik me in deze post beperken tot een link naar het nummer waarmee ik met de groep heb kennisgemaakt. Het heet a Man of Science, en het illustreert perfect de stijl die ik zo leuk vind aan het album.

woensdag 29 december 2010

Scott Pilgrim vs. The World Rocks!

De film Scott Pilgrim vs. The World is gebaseerd op een (fantastische) Canadese stripreeks, en is een waanzinnige mix van humor, actie, popcultuurverwijzingen, een overvloed aan special-effects, goeie muziek, en natuurlijk ook wel wat romantiek. Bovendien mag hij sinds kort bij het lijstje “Sam's Absolute Favourites” gerekend worden.


Scott is een 23 jarige, ietwat snullige jongen uit het Canadese Toronto. Om een zware break-up te verwerken, begint hij een relatie met het 17-jarige Chinese schoolmeisje Knives Chau. Maar al gauw wordt Scott stapelverliefd op Ramona Flowers. Ramona is the new girl in town, een Amerikaanse die New York is ontvlucht om niet meer met haar eigen liefdesverleden geconfronteerd te worden…

Een doordeweeks liefdesdrama, hoogstens een 13-in-een-dozijn romantische komedie, hoor ik je al denken..

Scott nodigt Ramona uit om een optreden van zijn band bij te wonen. Tijdens het openingsnummer komt er echter een jongeman door het dak van de club vliegen, om vervolgens midden op de dansvloer neer te strijken, en Scott uit te dagen tot een gevecht op leven en dood. U leest het goed hoor. Het gaat om Matthew Patel, de eerste van Ramona’s zeven kwaadaardige exen. Wil Scott Ramona echt voor zich winnen, zal hij ze alle zeven moeten verslaan.

Deze film is dus best wel wat raar, en waarschijnlijk lang niet voor iedereen weggelegd. Ikzelf ben er echter helemaal weg van, en hieronder kan je een paar redenen vinden waarom juist!


De film is, naar mijn mening, uitstekend gecast. De rol van Scott is Micheal Cera op het lijf geschreven. De jongen heeft ocharme nooit een rol gehad anders dan die van snullige, onzekere tiener/twintiger, en heeft dus ervaring genoeg om dat stereotype voor de zoveelste keer neer te zetten. Kieran Culkin (broer van Macaulay btw) speelt de rol van Scott’s homo-huisgenoot subliem, en zet wat mij betreft het beste personage uit de film neer. Ook de rest van Scott’s vrienden (en vijanden) doen hun werk uitstekend, en zorgen ook allemaal op hun manier voor een humoristische noot. Het ene personage waar ik persoonlijk een probleempje mee heb, is Ramona (Mary Elizabeth Winstead). Hoewel het hele verhaal draait om het feit dat Scott voor haar moet vechten, lijkt ze dat vaak gewoon niet waard. Film-Ramona heeft blijkbaar alle slechte en geen één goede eigenschap van comicbook-Ramona overgenomen. Ze is sarcastisch, wispelturig, en gedraagt zich soms als een echte bitch...maar ze heeft wel mooie ogen! 

De unieke visuele stijl is soms compleet over the top, maar charmeert in zijn overdrijvingen. Soms heb je het gevoel echt naar een levend stripverhaal te zitten kijken. De woorden “RING RING” komen uit de hoorns van telefoons gesprongen, een slag in het gezicht wordt vergezeld door een welgemeende “POW”, en wanneer Scott zijn grote liefde kust, springen kleine hartjes als gensters van het scherm. In elke scene ontdek je wel iets speciaals. Hoe bij een eenzaam moment het beeld verder en verder weg lijkt te zakken. Hoe bij een ruzie de kamer donkerder en donkerder wordt. Hoe bij de woorden “everything just seems brighter when I’m with you” de straatlampen écht wel feller gaan branden..


Ook de muziek is volledig mijn smaak. Op de soundtrack zijn nummers als "It's Getting Boring by the Sea"  van Blood Red Shoes, en "By Your Side" van Beachwood Sparks te vinden, en de nummers van Scott’s band “The Sex Bob-omb” werden gecomponeerd door Beck. Persoonlijk ben ik helemaal weg van de stijl van the Sex Bob-omb, en ze hebben dan ook totaal niet het effect op me dat Scott blijkbaar tracht te bereiken wanneer hij voor zijn optreden de woorden “We are the Sex Bob-omb, and we’re here to make you sad and think about death and stuff!” uitschreewt. Ontdek gerust of ze ook bij jou in de smaak vallen, door hier, hier of hier te klikken..

Ten slotte is er nog het verhaal zelf. Een jongen die moet vechten tegen de exen die het liefdesleven van zijn nieuwe vriendin blijven controleren. Alhoewel het hier letterlijk gebeurt, kan je toch echt wel niet om de symboliek heen. Afrekenen met bagage uit het verleden, en beter willen zijn dan de vorige (en die af en toe ook wel eens, al dan niet bewust, een goeie saflet willen verkopen), dat kennen we toch allemaal, niet?  

zaterdag 25 december 2010

Klassiek is niet altijd oubollig!

Vaak wordt er over klassieke muziek gedaan als zijnde het voer voor de oren van mensen die zich niet zo heel erg jong meer voelen, of in het beste geval nog nooit van andere muziek gehoord hebben. Als je iemand vraagt hoe het prototype van een klassieke luisteraar er zou uit zien, zullen de meeste wel een persoon in gedachten hebben waar, om het wat respectloos te verwoorden, het beste wel wat van af is. We hoeven het hier ook niet te ontkennen: als je tegen iemand verteld dat één van je favoriete artiesten in 1756 in Salzburg geboren is, kom je niet altijd even hip over. En dus waag ik mij in dit blogbericht in wat door velen beschouwd wordt als very nerdy territory.

Natuurlijk heeft klassieke muziek zijn naam niet echt mee. Het betekent al letterlijk muziek uit het verleden. Gewoon door het zo te noemen en uit te spreken, geef je al toe dat het niet meer van deze tijd is, maar dat is muziek uit de 70's 80's of zelf 90's (wat worden we toch oud) ook niet. Toch ligt dat nog anders. Misschien omdat je bij klassiek meteen weer herinneringen opborrelen aan veel te saaie lessen esthetica of muzikale opvoeding. Aan het veel te grijze imago van klassiek mag echter best wel wat gedaan worden. Dat vind deze blogger toch, en daarom denk ik eraan om hier geregeld een link naar een klassiek stuk te posten -al dan niet met wat (potentieel) leuke weetjes of achtergrondinfo- om zo te proberen aantonen dat die "oude" muziek ook vandaag nog gesmaakt kan worden.

Trouwens hoeft klassieke muziek niet altijd uit het verleden te komen. Je zou de soundtracks van veel topfilms van nu zelfs hedendaags klassiek kunnen noemen. Men gebruikt nog vaak dezelfde instrumenten en orkestsamenstelling als men bij "oude" klassieke muziek deed. En ook vandaag worden er nog orkestrale stukken geschreven die niet enkel het doel hebben wat sfeer of suspens aan een beeldend verhaal toe te voegen. En dat hoeft dan niet enkel door nichecomposisten te zijn, die enkel in het genre gekend zijn. 

Neem nu Danny Elfman, ons allen wel bekend van de intro van "The Simpsons", en door zijn veelvuldige samenwerkingen met regisseur Tim Burton (Corpse Bride, Batman, Sleepy Hollow, Alice in Wonderland, ..). Elfman is zonder twijfel mijn favoriete filmcomponist, en in 2004 heeft hij zijn witte doek-composities even gelaten voor wat ze waren, en begon hij een orkestraal werk te schrijven. Uiteindelijk heeft dat een stuk van ruim 40 minuten en zes bewegingen opgeleverd, onder de naam Serenada Schizophrana. Het is klassiek, maar het is ook typisch Elfman. En dat is, naar mijn mening, een prachtige combinatie.

Graag zou ik in dit bericht ook nog een tweede componist introduceren. Henryk Górecki was een Pools componist die ook een paar beeldschone stukken heeft neergepend. Ik zeg was, want spijtig genoeg is hij nog niet zo lang geleden, op de twaalfde november van dit jaar, overleden. Hij verdient het echter wel even in de kijker geplaatst te worden. Górecki bracht een heel andere stijl dan Elfman, wat wel te verwachten is. Wat meer ingetogener en sacraler. Zijn beroemdste (doch ook niet zo heel erg bekende) werk, is zijn derde symfonie: "Symfonia pieśni żałosnych", of "Symfonie der Treurliederen". Voor het tweede deel van de symfonie haalde Górecki inspiratie uit de woorden van een gebed, dat een jonge vrouw op de muur van een Gestapo-cel schreef tijdens de tweede wereldoorlog. De soprane die de zang verzorgt, zingt die boodschap ook letterlijk, wat een hele nieuwe dimensie aan het stuk toevoegt. In de video speelt een orkest het stuk tussen de ruïnes van het vroegere vernietigingskamp Auschwitz. Ik wil er wel nog even bij vermelden dat het meisje van de tekst, niet hier gevangen zat, maar in de Zuid-Poolse stad Zakopane.