vrijdag 10 december 2010

Muse’s Musings

Een liedje valt niet zomaar uit de lucht. Elke songwriter heeft zijn eigen muze, en elke groep haalt wel ergens hun inspiratie vandaan. Het leek me een leuk idee om in deze, en waarschijnlijk ook nog verdere bijdragen, na te gaan waar de roots van een bepaald nummer liggen, en daar wat dieper op in te gaan. Even letterlijk naar inspiratie zoeken, zeg maar.

Wie me een beetje kent, weet dat ik een groot Muse-fan ben, en het is dan ook niet verwonderlijk dat een compositie van dit Britse trio deze reeks op gang mag trekken. Laten we er ook maar meteen goed invliegen, en in het meervoud en het ingewikkeld beginnen.  De laatste drie nummers van het laatste Muse-album, The Resistance, vormen samen de Exogenesis Symphony, een klassiek-geïnspireerd stuk door Matt Bellamy zelf gecomponeerd. Het vertelt het verhaal van een mensheid op haar laatste krachten. De aarde is niet langer leefbaar, en de laatste hoop bestaat erin astronauten het heelal in te sturen, op zoek naar een nieuwe planeet waarop de beschaving kan verdergezet worden. Er wordt in de ouverture onder meer de vraag gesteld wie we juist zijn, waar we zijn, en waarom juist. Zoals de titel van de symfonie al doet vermoeden, was Matt ten tijde van het schrijven erg geïntrigeerd door de theorie van Exogenese. Maar dat is nu niet echt een standaard huiskamerbegrip, en het leek me dan ook wel interessant om me voor dit berichtje daar wat in te gaan verdiepen.

Exogenese is een theorie die kadert binnen de zoektocht die de wetenschap al ettelijke eeuwen bezighoudt, namelijk die naar het ontstaan van het leven. Hoewel de evolutie van het leven op aarde met het Darwinisme in een relatief definitieve plooi werd gelegd, is dit voor het eigenlijke ontstaan ervan, nog niet helemaal het geval. De wetenschap heeft nog steeds geen sluitende verklaring weten te vinden voor het ontstaan van leven op deze planeet. Eén hypothese hierrond, is deze van exogenese, en, wat ruimer, die van panspermie.


Exogenese, letterlijk, “ontstaan hierbuiten”, poneert de mogelijkheid dat het leven elders in het heelal ontstaan is,en vervolgens naar onze planeet werd gebracht door bijvoorbeeld het inslaan van kometen op het aardoppervlak. Volgens de, nog veel ruimere, theorie van de panspermie, waarbinnen het idee van exogenese kadert, is het immers mogelijk dat leven kan overleven in de ruimte, en zou het dus plausibel zijn dat de eerste vormen van leven op onze planeet zijn gekomen door “ruimtelijke besmetting”, en sindsdien hun eigen evolutie hebben doorgemaakt.

Hoewel de theorie vergezocht lijkt, en niet zo algemeen aanvaard is als meer conventionele verklaringen, is het niet zo dat het hier gaat om een wild verzinsel. Panspermie is reeds vaak het onderwerp van onderzoek geweest, maar men heeft de theorie nog nooit met absolute zekerheid kunnen aannemen of verwerpen. Ook enkele belangrijke wetenschappers zijn aanhangers van deze zienswijze. Zo heeft Stephen Hawking de theorie zijn steun verleent tijdens zijn voordracht naar aanleiding van het 50-jarige bestaan van NASA.
Hoewel panspermie een oude theorie is, zijn er pas in de laat-20e eeuw voor het eerst mogelijke bewijzen gevonden voor het overleven van levensvormen in de ruimte. Twee wetenschappers slaagde er toen in kleine sporen van organisch materiaal in de ruimte terug te vinden, tijdens hun analyse van het licht afkomstig van sterren.

In 1996 leefde theorie opnieuw op, toen NASA te kennen gaf een meteoriet op mars gevonden te hebben waarin overblijfselen van organisch materiaal, en zelfs kleine bacteriële fossielen bewaard waren gebleven. Of dit een onomstotelijk bewijs oplevert voor het overleven van levensvormen in de ruimte, is tot op de dag van vandaag echter een groot discussiepunt.

Toch heeft het onderzoek naar de mogelijkheid van exogenese en panspermie, na de ontdekking van de meteoriet een grote boost gekregen. Recente experimenten hebben nu aangetoond dat bepaalde bacteriën inderdaad een ruimtereis zouden kunnen overleven. Een opmerkelijk voorbeeld hiervan is de bacteriële vondst op de moonrover.  tijdens de Apollo-maanreizen werd een maanbuggy enkele jaren op de maan gestationeerd om gebruikt te worden door de astronauten. Onderzoek op deze buggy heeft aangetoond dat, na jaren aan het vacuüm van de maanatmosfeer te zijn blootgesteld, enkele bacteriën nog steeds wisten te overleven.


Ik heb hier natuurlijk enkel een paar mogelijke bewijzen behandeld, maar er is natuurlijk ook een reden waarom deze theorie niet door alle vooraanstaande wetenschappers wordt aangehangen. Voor elk argument voor, is er wel één tegen. Zo gaat dat wel eens met gewichtige zaken. Er zijn natuurlijk nog andere stromingen die elk op hun beurt een verklaring proberen te geven voor het ontstaan van het leven, en de hier besproken zienswijzen gaan natuurlijk nog veel verder dan wat ik in dit bericht kan schrijven, maar ik hou het hier bij een kleine introductie tot het begrip. Deze post moet natuurlijk leesbaar blijven, en, eerlijk gezegd, mijn kennis over de materie in kwestie reikt dikwijls ook gewoon niet ver genoeg om er nog veel dieper op in te kunnen gaan. Persoonlijk vind ik de astrofysicus (of wie houdt zich met zo’n zaken bezig) in mezelf iets te beperkt om uitspraken te doen over realistische mogelijkheden, of om voor één bepaalde theorie te kiezen. Exogenese en panspermie vind ik vooral aantrekkelijke hypothesen, omdat deze ook per definitie inhouden dat er elders in het heelal nog leven moet bestaan (hoewel dit zo ook al een zekerheid is), waar we uiteindelijk ook zaken gemeen mee moeten hebben, of zelfs zouden kunnen van afstammen. Misschien zijn onze vroegste voorouders dan uiteindelijk Star Wars-gewijs a long time ago, in a galaxy far, far away ontstaan.   Anderzijds denk je dan ook meteen “maar waar komen die dan weer vandaan?” en wordt het natuurlijk een straatje zonder eind..

Stel gerust je eigen wilde theorieen voor in de comments-sectie!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten