Deze zomer heb ik de eer en het genoegen gehad om met een goede en oude (in anciënniteit, niet in leeftijd) vriend enkele dagen door het Britse platteland te trekken. Na een hoge-snelheidstreinrit onder het kanaal zouden we in twee-en halve dag de tocht Dover-Canterbury-Dover trachten te maken. Helemaal gelukt is dat niet. Maar daar ging het ook niet echt om. We hadden ons van in het begin voorgenomen om geen doelen te stellen, en, hoewel de tocht zelf wel uitgestippeld was, stond de beleving voorop, en niet de prestatie.
Tussen Dover en Canterbury kom je op de North Downs Way -zo heette het wandelpad- een handvol dorpjes tegen. Nuja, dorpjes; een kleine verzameling huizen, waar vaak geen spoor van leven in of rond te bekennen valt. Dikwijls moet je door meerdere van zo'n mini-nederzettingen trekken voor je één winkeltje vind met etenswaar, laat staan een gelegenheid om "warm" te eten. Ik kan je zeggen dat, wanneer je enkele uren hebt gestapt met pijnlijke schouders, voeten die aan rust toe zijn, en een maag die stilaan toch om voedsel begint te schreeuwen, je niet wil toekomen in -bijvoorbeeld- een hoopje huizen genaamd Shepherds Well, enkel maar om te ontdekken dat er, buiten voorgenoemde huizen, enkel nog een kerkhof en een gesloten herberg te vinden is, en er dus niets anders opzit dan terug de weiden in te trekken op zoek naar het volgende boerengat, letterlijk mijlenver daarvandaan.
Het lijkt nu alsof we enkel gezwoegd en afgezien hebben. Soms was dat er inderdaad bij, maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat de vorige alinea het veel dramatischer voorstelt dan het eigenlijk was. Voor mij was het meestal gewoon genieten. De wetenschap dat je even aan niks verbonden bent, doet je voor alles je tijd nemen. Kom je een mooi landschap voorbij, sta je er even bij stil. Ben je het stappen even te moe, vind je dicht in de buurt meestal wel een mooi plekje om gedurende vijf minuten de benen wat te laten rusten. Geen strikte tijdschema's dus, geen geplande activiteiten, geen gehaast om terug op een hotel aan te komen voor de half pension-avondeten-deadline overschreden is. Lichamelijk is een trektocht best vermoeiend, en je slaapt dan ook, mits gevrijwaard van nachtelijk bezoek, beter in je kleine tentje dan je ooit in een hotelkamer hebt gedaan. Mentaal is het echter ongelofelijk bevrijdend.
Twee hele leuke, en gezond vermoeiende dagen waren het dus, met, in abstractie, maar twee zaken aan je hoofd: ik moet vandaag nog iets eten, en ik moet nog ergens een geschikte slaapplaats weten te vinden (en misschien: ik wil de volgende regenbui liefst vermijden). Terugvallen op de oerprioriteiten eigenlijk, en voor de rest helemaal geen zorgen. Na zo'n tocht is het contrast met het gewone leven weer heel erg groot, en sta je er toch wel eens even bij stil met wat voor massa's onnozelheden je in je dagelijkse leven soms toch allemaal in het hoofd zit. Ik moet eerlijk toegeven, bij mij zijn het er meestal nèt iets teveel..
Nice post Sam! Je geeft perfect weer waarom ik ook zo'n reis zou doen.
BeantwoordenVerwijderenZonder hier iets te verklappen... doen we zeker (nog) eens over?!
Bedankt voor de reactie!
BeantwoordenVerwijderenEn, inderdaad, wat mij betreft zeker voor herhaling vatbaar ;)